Bevolking, religie, talen
Bosnië en Herzegovina is een lappendeken van volkeren en religies.
Sinds de laatste oorlog van '92-'95 zijn de etnische samenstellingen
van sommige gebieden drastisch gewijzigd.
Ongeveer 44% is Moslim ("Bosnijak"), 31% Serviër, 17%
Kroaat, en 7% overig (waaronder Albanezen en Turken).
Tussen de 3 grootste bevolkingsgroepen bestaat in feite weinig verschil.
Het Slavische volk dat rond de 9 e eeuw de Balkan op trok, kwam deels
onder de invloeden van het voormalige Westelijke Romeinse Rijk terecht
(die werden onder die invloeden katholiek), en deels onder invloeden
van het Byzantijnse Rijk (Christelijk, Orthodox). De Katholieken zijn
de Kroaten, de Christenen Serviërs.
Na de 15 e eeuw kwamen door de invloed van de Turken ook moslims erbij.
Het waren Serviërs en Kroaten die zich tot de islam bekeerden.Hoewel
"Bosnijak" de officiële naam is, wordt wereldwijd de
term "Moslim" overwegend gebruikt.
Door de eeuwenlange verschillende culturele invloeden, de religies
en gebruiken is in beperkte mate ook de taal uit elkaar gegroeid.
Over het algemeen zijn het geen 'strenge' vormen
van de religies, het is wel zo dat sinds de jaren 90 geloof sterker
wordt beleden, dit omdat het geloof de etnische identiteit benadrukt.
De talen in Bosnië-Herzegovina hebben verschillende namen: Servisch,
Bosnisch en Kroatisch. Het zijn Slavische talen die verwant zijn aan
het Sloveens, Macedonisch, Bulgaars, (Wit-)Russisch, Pools, Tsjechisch,
Slowaaks en Oekraiens. In de praktijk schelen deze 3 talen zeer weinig
van elkaar, en is er absoluut geen taalbarriére. In het oude
Joegoslavië was de officiele taal "Servo-Kroatisch".
Sinds 1991 is er sprake van een officiele Kroatische, Servische en Bosnische
taal. Zeker in Bosnië-Herzegovina worden de talen door elkaar gesproken.
Tussen de talen zit een gering onderscheid in woorden, en nog minder
vaak voorkomend zinsbouw en grammatica. Alle talen zijn in feit dialecten
van elkaar.
|